In 2016 maakte Ad 'Wie speelt Godot' als stage voor de opleiding aan het RCTH. De tekst bestond uit delen van Wachten op Godot, afgewisseld met het arrest dat de uitkomst was van een rechtszaak die werd aangespannen tegen Toneelschuur. De juridische teksten werden afgedrukt in een tekstboekje dat werd uitgedeeld aan de bezoekers. Hieronder de complete tekst
kernpunten uit het
ARREST
in de zaak van Samuel Beckett, te parijs
advocaat mr J.M. van Veggel te Amsterdam
tegen
de stichting Toneelschuur Producties
advocaat mr. S.S.H. Wibbens te Amsterdam
uitgesproken op 29 april 1988 door
mr H.F. van den Haak
president van de arrondissementsrechtbank
te Haarlem
1
In oktober 1987 heeft de Toneelschuur krachtens daartoe strekkende en schriftelijk vastgelegde overeenkomst met Beckett van deze het recht verkregen tegen betaling van zekere bedragen in Nederlands geld het toneelstuk ‘En attendant Godot’ ‘Wachten op Godot’, waarvan Beckett de auteur is, in Nederland op te voeren in de Nederlandse vertaling van Jacoba van de Velde.
De hoger genoemde overeenkomst bevat onder meer de volgende bepaling:
’L’Acquéreur s’engage a faire représenter la pièce dans son intégrité et à ce que ne soit apportée aucune modification au texte original de l’oeuvre faisant l’objet des présentes.’
Julia Scheffer vertegenwoordigt in Nederland La Société des Auteurs et Compositeurs Drarnatiques SACD, welke instantie de auteursrechtelijke belangen van Beckett behartigt. Zij nam er kennis van dat de rollen van het toneelstuk door vrouwen zou worden vertolkt en niet door mannen, zoals door Becket in het stuk aangegeven.
2
Bij brief van 18 februari 1988 aan Ina Otte Veen, zakelijk leidster van de Toneelschuur, heeft Julia Scheffer laten weten dat Beckett zich verzet tegen opvoering van het toneelstuk door vrouwen en opvoering in een vrouwelijke rolbezetting verbiedt. Aan Ina Otte Veen wordt in dezelfde brief tevens verzocht een schriftelijke verklaring, door haar te ondertekenen, terug te sturen, welke verklaring luidt: ‘Wij leggen ons neer bij het verbod van de Heer Samuel Beckett en zullen afzien van opvoering van dit werk.’
Bij brief van 23 februari 1988 van Ina Otte Veen aan Julia Scheffer bericht Ina Otte Veen zakelijk dat zij het verzoek niet inwilligt, onder meer stellende:
‘Wij zijn er absoluut van overtuigd dat het zowel juridisch als artistiek volledig verantwoord is om onzerzijds voet bij stuk te houden.'
3
De Toneelschuur heeft evenmin gevolg gegeven aan de zakelijk een sommatie behelzende brief van 30 maart 1988 van de raadsman van Beckett, inhoudend dat bij gebreke van bevestiging per ommegaande dat de opvoering van het toneelstuk achterwege zal blijven dan wel het toneelstuk alsnog wordt gespeeld door mannen, rechtsmaatregelen zullen worden genomen.
Via dezelfde brief laat Beckett weten dat hij, indien de kwestie onverhoopt niet naar genoegen mocht worden geregeld, serieus overweegt zijn toneelstukken voortaan niet langer door Nederlandse toneelgezelschappen te laten uitvoeren.
4
De vordering
(a) De Toneelschuur maakt zich schuldig aan wanprestatie daarin bestaande dat opvoering van het stuk in een vrouwelijke rolbezetting in strijd is met art. 3 van de overeenkomst als hiervoor onder 2.1.1. c.
(b) De Toneelschuur maakt door bedoelde opvoering inbreuk op bet persoonlijkheidsrecht van Beckett met betrekking tot het stuk, welk recht beschermd wordt door art. 25 lid 1 aanhef sub b en c van de Auteurswet 1912.
(c) De Toneelschuur heeft onrechtmatig gehandeld jegens Beckett in de vorm van misleiding door bij haar verzoek toestemming tot opvoering te verkrijgen van Beckett niet te vermelden dat het stuk uitsluitend door vrouwen zou worden gespeeld, terwijl de Toneelschuur had kunnen en moeten begrijpen dat Beckett daartegen bezwaar zou hebben gemaakt en zijn toestemming niet zou hebben verleend.
5
Het verweer
De Toneelschuur acht zich jegens Beckett vrij het stuk door vrouwen te laten opvoeren, aangezien – zakelijk en beknopt weergegeven – het contract de ruimte daartoe laat, art. 25 van de Auteurswet 1912 toepassing mist en de ontwikkeling van de toneelcultuur in de uitvoerende sfeer waarbij mannenrollen door vrouwen en vrouwenrollen door mannen worden gespeeld en aldus een ‘androgyn toneelbeeld’ is gegroeid, de Toneelschuur er niet op bedacht had moeten doen zijn dat Beckett tegen opvoering van ‘Wachten op Godot’ door vrouwen gekant zou zijn.
Voor zover de tekst van het werk de ‘intégrité’ van het stuk-in-opvoering mede bepaalt is voldaan aan de in art. 3 van de overeenkomst meer specifiek geformuleerde voorwaarde: ‘que ne soit apporté aucune modification au texte original’.
6
Voor zover de ‘intégrité’ van het stuk mede wordt bepaald door de in het werk zelf gegeven – vele en gedetailleerde – regie aanwijzingen, geldt dat deze onbetwist bij de uitvoering nauwkeurig zijn gevolgd.
Op dit vormaspect kan derhalve evenmin tot aantasting van de ‘intégrité’ worden geconcludeerd.
Rest de in dit geding meest omstreden vraag of de ‘intégrité’ van bet stuk is geschonden doordat het door vrouwen is opgevoerd en niet door mannen.
De overeenkomst verklaart de term ‘intégrité’ niet nader, ook niet op het hier aan de orde zijnde punt.
Dit werk is voor de regisseur een geschreven gegeven.
Maar het moet worden onderscheiden – niet gescheiden – van het door de Toneelschuur uitgevoerd, ‘levend’ toneelstuk (‘de vertoning’) als resultaat van interpretatie van het geschreven toneelwerk door de regisseur.
7
Dit visueel en auditief als voorstelling waarneembare resultaat, waarin door de regisseur gekozen expressiemiddelen in overeenstemming met zijn interpretatie een rol spelen, dient de toets aan het geschreven toneelwerk te kunnen doorstaan.
Bij deze toets moet er evenwel rekening mee worden gehouden dat aan de regisseur krachtens zijn functie het stuk in scène te zetten interpretatievrijheid toekomt naar de mate waarin het geschreven toneelwerk daarvoor ruimte laat
Het thema van ‘Wachten op Godot’ als kenbaar uit de tekst van Beckett is: in existentiële onzekerheid uitzichtloos wachten op iemand (of iets?) door een tweetal mannen die een relatie met elkaar onderhouden.
De voormelde inhoud van het toneelwerk, is geenszins concludent voor de stelling dat het stuk uitsluitend door mannen kan worden gespeeld.
8
Het thema is immers niet gebonden aan man- of vrouwzijn van de acteurs.
Het ontstijgt daaraan en is krachtens het allesoverheersende thema als kort aangeduid, zoals de Toneelschuur met juistheid heeft betoogd, algemeen menselijk van karakter.
De beslissende vraag in deze luidt of de Toneelschuur kon of moest begrijpen dat Beckett zijn toestemming tot opvoering niet zou hebben verleend, als hij er bij gelegenheid van het daartoe strekkend verzoek door de Toneelschuur van op de hoogte was gesteld dat het voornemen bestond het stuk uitsluitend door vrouwen te laten spelen.
9
Uit de door de President waargenomen opvoering van het stuk valt bovendien af te leiden dat de opzet van regisseuse en actrices er niet op gericht was het stuk af te leiden van zijn zuiver algemeen-menselijke betekenis als hoger aangegeven door een wijze van acteren of het anderszins al dan niet met enig raffinement in het leven roepen van effecten die de toeschouwer de eigenaardige dualiteit doen ondergaan van vrouwen die met allusies op hun vrouwzijn mannenrollen spelen.
De Uitspraak!
Gelet op al het overwogene dient de gevraagde voorziening te worden geweigerd met veroordeling van Beckett als in het ongelijk gestelde partij in de kosten.
10
Ten overvloede tekent de President naar aanleiding van de mededeling van Beckett inzake het voortaan niet meer toestaan van toneeluitvoeringen van zijn werk door Nederlandse toneelgezelschappen nog aan dat het Beckett op zichzelf vrij staat te verhinderen dat het stuk door vrouwen wordt opgevoerd door in de toekomst in voorkomende gevallen een daartoe strekkende bepaling op te nemen in het contract waarbij hij toestemming tot opvoering verleent.
Het is waar, door met over elkaar geslagen armen het voor en tegen te overwegen, doen we onze stand ook alle eer aan. Wat doen we hier, dat moeten we ons afvragen. Wij zijn zo gelukkig het te weten. Ja, in deze ontzaglijke verwarring is één ding helder; we wachten op Godot
HET ARREST
de teksten uit dit arrest werden gebruikt
voor de voorstelling 'Wie speelt Godot'
gemaakt als stage door Ad Stam
voor het rotterdamscentrumvoortheater
gespeeld door
Clazien Otten en Dirkje Teljeur
juni 2016
